10% korting  op plafondlampen en staande lampen
Code: LIGHT
nu besparen
info

De beschermingsklassen I – III voor verlichtingsarmaturen begrijpen

 
x-com
pinterest
whatsapp
mail-arrow
De beschermingsklassen I – III voor verlichtingsarmaturen begrijpen
 

Voor verlichtingsarmaturen en tal van andere elektrische apparaten (volgens EN 61140) zijn drie beschermingsklassen gedefinieerd, die worden aangeduid met de Romeinse cijfers I tot en met III. Het gaat hierbij om de bescherming tegen elektrische schokken bij het aanraken van onderdelen waar stroom doorheen loopt in geval van een storing. Concreet beschrijft de Dimbare beschermingsklasse of en hoe de aardleiding moet of zou moeten worden aangesloten.

Bij het aansluiten van de verlichtingsarmaturen op het elektriciteitsnet moet daarom absoluut rekening worden gehouden met de elektrische beschermingsklasse!

Helaas heerst er grote verwarring over de begrippen met betrekking tot de beschermingsklassen, doordat ze worden verward met de IP-veiligheidsklassen tegen het binnendringen van vreemde voorwerpen en vloeistoffen, of als veiligheidsklassen worden aangeduid.

Welke beschermingsklassen zijn er?

Markering beschermingsklasse 1

Alle stroomvoerende delen van elektrische apparaten van beschermingsklasse I moeten via de aardleiding aan de netzijde worden geaard, zodat hun elektrische potentiaal in geval van een bedrijfsstoring met ongecontroleerde stroomtoevoer, ondanks de geleidbaarheid, overeenkomt met die van de aarde.

Markering voor beschermingsklasse 2

Volgens VDE 0100, deel 410, 412.1 hebben armaturen met beschermingsklasse II een versterkte of dubbele isolatie tussen het netstroomcircuit en de uitgangsspanning of de metalen behuizing. In de meeste gevallen is er geen aansluiting voor de aardleiding. Als die er wel is, is de aansluiting optioneel.

Markering voor beschermingsklasse 3

Armaturen van beschermingsklasse III werken met beschermingslaagspanning, bijvoorbeeld 12 volt. De aardleiding aan de netzijde mag niet worden aangesloten!

Dit is wat de cijfers van de IP-beschermingsklasse voor verlichtingsarmaturen betekenen.

Hoe herkent u de aardleiding?

De draden van het elektriciteitsnet worden met die van de armatuur verbonden via zogenaamde lusterklemmen. Meestal zijn er drie draden aanwezig: één voor de stroomtoevoer, één voor de aarding – de aardleiding – en één die de stroom van de armatuur afvoert. In veel oudere gebouwen zijn er slechts twee draden aanwezig, de stroomtoevoer en de aarding. Meestal heeft de aardleiding een geel-groene rubberen mantel, maar in sommige gevallen ook een rode. Wie twijfelt, moet beslist een elektricien inschakelen!

Laatste Artikels